![]() |
Excursie naar de Westhoek 2002 |
![]() |
Wij waren gelukkig een slordige vijfentachtig jaar te laat.
Voor onze meer persoonlijke foto's Klik je hier.
Dinsdag 7 mei 2002 trokken de leerlingen van het vijfde jaar in het kader van de lessen geschiedenis naar ‘de Westhoek’. Hieronder vind je wat meer informatie en foto’s van deze boeiende uitstap:
1. Domein Raversijde
Als eerste puntje op ons programma stond
het ‘Domein Raversijde’ te Oostende. In het beschermd duingebied van het
voormalige Domein Prins Karel bevindt zich een unieke historische site: zestig
constructies uit de twee wereldoorlogen, verbonden door twee kilometer open of
onderaardse gangen. De site is bijzonder goed bewaard gebleven doordat prins
Karel stelselmatig elke poging tot afbraak geweigerd heeft.
Onze leerlingen werden in een vijftal groepjes verdeeld en konden onder leiding van een ervaren gids eventjes de sfeer van ‘the longest day’ opsnuiven. In het openluchtmuseum zijn twee afzonderlijke wandelingen mogelijk. De eerste wandeling, waarbij de klemtoon vooral op de Eerste Wereldoorlog ligt, toont de stellingen van de batterij Aachen (gebouwd in 1915). Een tweede wandeling voert je doorheen de goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel neu (1941), die aanvankelijk moest instaan voor de verdediging van de Oostendse haven en na 1942 ingeschakeld werd in de Atlantikwall.
Nog even lekker in het zonnetje een hapje eten en dan weer de bus op richting IJzertoren, Vladslo en Passendale!
Overal in de IJzerstreek herinneren kleine kerkhoven en monumenten allerhande aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog. We bezochten het Duitse soldatenkerkhof te Vladslo, nabij Diskmuide, en het grootste Britse soldatenkerkhof, Tyne Cot, ten oosten van Passendale. Het verschil qua sfeer op beide kerkhoven merkten de leerlingen onmiddellijk!
Na de wapenstilstand waren er 670 Duitse soldatenkerkhoven waarvan de Duitse oorlogsgravencommissie er na concentratie van de meeste kleine begraafplaatsen 120 overhield. Tot 1954, want toen verliep de huurpacht van de meeste percelen. In tegenstelling met de Commonwealth War Graves waren de gronden met de Duitse oorlogsgraven niet voor eeuwig verworven. Ze werden ontruimd en de resten werden verzameld op vier plaatsen.
Een van deze vier overgebleven rustplaatsen ligt in Vladslo, de sfeer is er ingetogen en sereen. Daar draagt 'Het Treurend Ouderpaar' van de Duitse expressionistische kunstenares Käthe Kollwitz in sterke mate toe bij. De twee beelden vormen een pakkende aanklacht tegen de oorlog. Käthe Kollwitz maakte de beelden voor haar zoon Peter die in 1914 sneuvelde aan het Vlaamse front en nog altijd aan de voet van de beelden begraven ligt. Kollwitz roept de oorlog op met een treurend ouderpaar in plaats van met een heldhaftige soldaat. Begin 1996 wilde de kleinzoon van Käthe Kollwitz de beelden naar Berlijn halen. Hij vond ze te waardevol om hier blootgesteld te worden aan weer en wind en wilde in Vladslo kopieën plaatsen. Maar de Vlaamse overheid weigerde op het Duitse aanbod in te gaan.
Vervolgens trokken we naar ‘Tyne Cot’, de grootste begraafplaats van het Commonwealth. ‘Tyne Cot’, gelegen in het gebied waar zich in 1927 de slag om Passendale afspeelde, is het grootste Britse kerkhof: er liggen bijna 12.000 soldaten begraven waarvan 70% onbekend. Op de ‘Muur der Vermisten’ staan nog eens 34.888 namen. Waar komt de naam ‘Tyne Cot’ vandaan vroegen vele leerlingen zich af? Wel de ‘Tyne‘ is een rivier in Noord-Engeland en ‘cot’ of ‘cottage’ betekent huisje of hutje.
Op elke militaire begraafplaats van het Commonwealth vinden we twee vaste waarden. Ten eerste staat er steeds een Offerkruis (Cross of Sacrifice) met het bronzen zwaard al symbool van de gelovige strijder. Op Tyne Cot werd dit Offerkruis op de resten van een Duitse bunker gebouwd. Ten tweede werd er voor de meeste begraafplaatsen ook een Register uitgegeven met de namen van de gesneuvelden, een plan van de graven, een kaart van de omgeving, enz. Voor de achtergebleven familieleden een tastbare herinnering, voor de vele bezoekers een bron van informatie.
Op elke grafsteen - steeds dezelfde rechthoek in kalkzandsteen - staan naast het regimentsembleem een aantal gegevens over de gesneuvelde. Tenminste als ze bekend zijn, vaak is er alleen maar te lezen: "A Soldier of the Great War" en "Known unto God".
3. Flanders Fields in Ieper
Na ons bezoek aan de soldatenkerkhoven trokken we richting Ieper. Ieper is ontegensprekelijk verbonden met de Eerste Wereldoorlog. Deze stad lag op de frontlinie en werd nagenoeg volledig verwoest tijdens de Grote Oorlog. Een paar jaar geleden werd ter herinnering aan deze gruwel een uniek museum geopend, In Flanders Fields Museum, genoemd naar een gelijknamig gedicht van Lt.Col.J.McCrae. Het is een interactief museum dat je mee terugneemt naar de 'Grote Oorlog'. Je maakt de geschiedenis zelf mee, als soldaat of verpleegster, als inwoner van Ieper,... Historische voorwerpen, klank- en lichtevocatie, documentaires en maquettes wisselen elkaar af.
Voor meer info over het In Flanders Fields Museum: http://www.inflandersfields.be/
Na het bezoek aan het museum volgde nog een laatste opdracht: een wandelzoektocht door Ieper. Voor vele leerlingen een eerste kennismaking met de Meense Poort, Saint George’s Memorial Church, de oude Kloosterpoort, enz. Sommigen hadden hun wandelzoektocht wel heel snel opgelost, want na korte tijd konden we hen al terugvinden op een gezellig terrasje op de Grote Markt…
Voor meer info over de stad Ieper: www.Ieper.be
4. Poëzie uit de Eerste Wereldoorlog
Naast de lessen geschiedenis
werden de leerlingen van 5 Latijn-Moderne Talen en 5 Economie-Moderne Talen ook
in de Engelse les met de ‘Grote Oorlog’ geconfronteerd. Zo lazen, vertaalden en
bespraken ze de twee bekende gedichten die je hieronder kan terugvinden: ‘In
Flanders Fields’ van John McCrae en ‘Dulce et Decorum est’ van Wilfred Owen. Deze gedichten konden ze ook
beluisteren in het In Flanders Fields Museum.

-----------
K. Bruyneel
Als je meer over De Grote Oorlog wil weten, een wereldautoriteit uit eigen huis huist Hier.